Larikshof, Lariksweg 12, Epe
Personen - Verhalen - Foto's - Verkaufsbuch
In de zomer van 1943 dook de tweejarige joodse peuter Freddie (Alfred) Schijveschuurder uit Amsterdam onder bij Pieter en Wytske de Graaf-van der Wielen aan de Zuiderzeestraat 145 in Oldebroek. Pieter de Graaf, afkomstig uit Bergum in Friesland, werkte vanaf 1 januari 1941 als adjunct-commies op het gemeentehuis van Oldebroek. Hij was betrokken bij verzetsactiviteiten, vervalste persoonsbewijzen en distributiestamkaarten en schreef joden onder valse namen in het bevolkingsregister in. Zijn eigen persoonsbewijs stelde hij beschikbaar aan Salli Schwarz uit Winterswijk, die de oorlog met behulp van dit vervalste document overleefde. (Museum Sjoel Elburg)
Freddie was met zijn ouders Barend en Tilly Schijveschuurder-Wessel al eerder in Epe ondergedoken. Zij verbleven in 1943 in zomerhuis “De Blauwvoet” aan de Wachtelenbergweg, nabij de boerderij van Herman en Johanna van Essen. Op het erf van Van Essen stond een huisje waarin vijf joden waren ondergedoken; daarnaast verborgen zij ook jonge mannen die weigerden voor de Duitsers te werken. De familie Van Essen voorzag de onderduikers van eten. Toen gevaar dreigde, timmerde Herman van Essen de luiken van “De Blauwvoet” dicht zodat het huis verlaten leek. Freddie werd tijdelijk opgenomen door Johanna van Essen. Later werden Barend, Tilly en Freddie ondergebracht in het huisje bij andere joodse onderduikers, maar zij konden daar niet blijven. Verzetsmensen uit Epe ontfermden zich vervolgens over hen. Vermoedelijk werd Freddie toen naar Oldebroek gebracht, terwijl zijn ouders in Epe achterbleven. (Museum Sjoel Elburg)
De familie Van Essen speelde een grote rol bij de verzorging van onderduikers rond de “Ossenstal” en “Renderloo”. Eind 1943 verzorgden zij dagelijks acht joden die in een hut in het zogenaamde Spergebied verbleven. Toen alleen juffrouw De Hond en de heer Vomberg overbleven, bouwde Herman van Essen een ondergrondse hut in de bossen van “Renderloo”. Vomberg verhuisde later naar De Larikshof, waar ook andere joodse onderduikers verbleven. (Museum Sjoel Elburg)
De Larikshof in Epe was tijdens de oorlog een onderduikadres dat werd geleid door Alida Wagenaar-Voordewind. Haar joodse echtgenoot Aron Wagenaar zat daar eveneens ondergedoken. Ook Barend en Tilly Schijveschuurder verbleven er later, samen met meerdere joodse onderduikers, onder wie de heer Vomberg. (Museum Sjoel Elburg)
Bij de familie Van Essen vonden regelmatig huiszoekingen plaats. Op 29 januari 1944 verscheen NSB-marechausseecommandant De Leeuw samen met Daamen en Goedhart bij hun woning. Jan Albertus wist via een raam te ontsnappen. De familie verborg een radio in het bos, terwijl de bezoekers de woning doorzochten. Van Essen leidde hen rond op de deel en langs de schuilplaatsen zonder dat de onderduikers werden gevonden. De Leeuw kondigde aan later terug te komen nadat de onderduikers hadden verklaard dat zij ingeschreven stonden. (Museum Sjoel Elburg)
Freddie verbleef enkele maanden bij Pieter en Wytske de Graaf in Oldebroek. Wytske hield Barend en Tilly per brief op de hoogte van zijn welzijn. Ook verzetsman Dick Bleij uit Elburg zat bij hen ondergedoken. Toen het Oldebroeker verzet meldde dat Freddie verraden was, werd hij via verschillende tussenpersonen naar Heerenveen gebracht. Daar verbleef hij tot de bevrijding bij de familie Hoogland. (Museum Sjoel Elburg)
Op 10 oktober 1944 deden de Duitsers een inval in De Larikshof. De vrouwelijke onderduikers konden zich in het bos verschuilen. Aron Wagenaar, Barend Schijveschuurder, Anton, de heer Vomberg en twee andere joodse onderduikers werden gearresteerd en naar de gevangenis in Zwolle gebracht. Op 15 november volgde transport naar kamp Westerbork. Omdat de laatste transporten toen al vertrokken waren, maakte Barend Schijveschuurder op 12 april 1945 de bevrijding van Westerbork mee. Op 19 mei keerde hij terug naar Epe. Ook Freddie kwam na de bevrijding terug naar Epe, waar vader en zoon elkaar weer ontmoetten in De Larikshof. (Museum Sjoel Elburg)

