Huis Duyveland op de Tongerense heide bij Epe
Personen - Verhalen - Foto's - Verkaufsbuch
Duyveland
In augustus 1942 kwamen in Epe de eerste aanvragen binnen voor onderduikadressen voor joden. D. Hendriks, T. Jonker en E.J. van Lohuizen-van Wielink besloten samen te werken om zoveel mogelijk joden te helpen. Later nam Els Hendriks het werk van haar vader over. Het driemanschap huurde verspreid over Epe en omgeving verschillende huizen om onderduikers onder te brengen. Op 6 september 1942 werd “Larikshof” gehuurd, op 25 september “Idwo”, op 26 september “De Blauwvoet” en op 12 oktober “Brinkerhof”. Op 24 oktober waren in deze vier huizen al 23 joden ondergebracht. Voor hen moesten niet alleen onderdak, maar ook persoonsbewijzen, stamkaarten, distributiebonnen, geld en levensmiddelen geregeld worden. (Bron: Ampt Epe mededelingenblad PDF)
In november 1942 werd “Duyveland” op de Tongerse Heide gehuurd. Op 6 december verbleven in totaal 35 joodse onderduikers in de verschillende huizen. In maart 1943 kwam als zesde huis “De Pol” erbij en steeg het aantal onderduikers tot 45. De verzorging bestond niet alleen uit voedsel en huisvesting; ook de geestelijke belasting was groot. De onderduikers mochten zich niet vertonen, moesten binnen blijven en hadden nauwelijks contact met familie of vrienden. (Bron: Ampt Epe mededelingenblad PDF)
Op 20 april 1943 volgde een eerste zware slag. “De Blauwvoet” bleek leeg te zijn; negen bewoners waren ’s nachts door de Duitsers weggehaald. Later bleek dat briefjes die ondanks het verbod naar Amsterdam waren gestuurd, waren gevonden. Het gevolg was dat het driemanschap moest onderduiken en verschillende huizen tijdelijk werden ontruimd. De onderduikers werden verspreid over andere adressen ondergebracht. In mei 1943 kon het werk weer worden hervat. “Larikshof”, “Duyveland” en een nieuw huis op de Philipsberg in Wapenveld werden opnieuw gebruikt. Aan het Van Manenspad verbleven zes jonge joden in een directiekeet en daarnaast zaten veel onderduikers bij particulieren in Epe en omgeving. (Bron: Broken Wings – Epe onderduikhuizen)
“Idwo”, pension IDWO aan de Norelbosweg, was eigendom van de familie Van den Berg. Het pension werd door de verzetsgroep gehuurd als onderduikadres voor joden. Tot 31 mei 1943 verbleven daar zestien mensen. Toen bericht kwam dat een meisje dat er één nacht had verbleven gearresteerd was en had doorgeslagen, moesten alle zestien onderduikers onmiddellijk de bossen in vluchten. Op 1 en 2 juni werden zij verspreid naar andere adressen gebracht, onder meer naar Welna, vanwaar sommigen doorgingen naar Vierhouten. Bij deze overbrenging hielpen ook niet-joodse onderduikers van “De Pol”. Eén van hen was Van der Waals, die later als verrader bekend werd en na de oorlog ter dood werd veroordeeld. (Bron: Lohuizerbrink – Pension IDWO)
In de zomer van 1943 werd het steeds moeilijker om adressen voor joodse onderduikers te vinden. Op 2 september 1943 leidde het verraad van Van der Waals ertoe dat de Sicherheitsdienst ontdekte dat joden naar Welna waren gebracht. Omdat men alleen de richting kende, kwam men terecht bij het Van Manenspad, waar in de directiekeet zes joden verborgen zaten. Zij werden gearresteerd en via Scheveningen naar Westerbork afgevoerd. Ook één van de organisatoren werd gearresteerd. Opnieuw moesten alle huizen tijdelijk worden ontruimd. Omdat tijdens de verhoren niemand doorsloeg, konden de huizen enkele weken later weer worden gebruikt. (Bron: Broken Wings – Epe onderduikhuizen)
Na nieuwe arrestaties, onder meer van de heer en mevrouw Van Lohuizen op 25 november 1943, moesten de huizen wederom tijdelijk worden ontruimd. Later kwamen de meeste joodse onderduikers terug. Uiteindelijk bleven vooral “Larikshof” en het huis op de Philipsberg in Wapenveld over als centrale onderduikhuizen. Andere onderduikers werden bij particulieren in Epe en elders ondergebracht. (Bron: Ampt Epe mededelingenblad PDF)
De familie Van Essen speelde een belangrijke rol bij de verzorging van onderduikers rond de “Ossenstal” en “Renderloo”. Eind 1943 verzorgden zij dagelijks acht joden die in een hut in het zogenaamde Spergebied verbleven. Toen alleen juffrouw De Hond en de heer Vomberg overbleven, bouwde Herman van Essen een ondergrondse hut in de bossen van “Renderloo”. Vomberg verhuisde later naar “Larikshof”. (Bron: 4 en 5 mei – Gedenkplek Van Essen)
Bij de familie Van Essen vonden regelmatig huiszoekingen plaats. Op 29 januari 1944 verscheen NSB-marechausseecommandant De Leeuw samen met Daamen en Goedhart bij hun woning. Jan Albertus wist via een raam te ontsnappen. De familie verborg een radio in het bos terwijl de bezoekers de woning doorzochten. Van Essen leidde hen rond langs de schuilplaatsen zonder dat de onderduikers werden gevonden. (Bron: 4 en 5 mei – Gedenkplek Van Essen)
Bij de onderduikers op “Larikshof” bevonden zich onder anderen Aron Wagenaar, Barend Schijveschuurder, Anton en de heer Vomberg. Aron Wagenaar was de joodse echtgenoot van Alida Wagenaar-Voordewind, die het onderduikadres leidde. (Bron: Stolpersteine Zutphen)
Tijdens de grote razzia’s van oktober 1944 werden enkele mannen van “Larikshof” gearresteerd; de vrouwelijke onderduikers konden ontkomen. Op 11 november 1944 werden vervolgens alle bewoners van het huis op de Philipsberg in Wapenveld opgepakt en via Zwolle naar Westerbork overgebracht. Zij bleven in Westerbork totdat het kamp werd bevrijd. (Bron: Oorlogsbronnen – Epe)
Volgens de naoorlogse balans hadden in de verschillende onderduikhuizen gedurende kortere of langere tijd ongeveer negentig joden verbleven. Vijftien van hen kwamen na arrestatie in Duitse kampen om het leven; tweeënzeventig overleefden de oorlog. (Bron: Ampt Epe mededelingenblad PDF)
Joop Vomberg
Via Dirk Hendriks uit Epe kreeg Joop Vomberg een onderduikadres in een huis aan de rand van een groot heideveld, ongeveer tien kilometer buiten Epe. Het huis heette “Duyveland”. Daar verbleven al ongeveer tien onderduikers. Het huis was gehuurd van een bankiersfamilie en lag afgelegen tussen de bomen.
Joop kwam op de fiets aan, met een geruite pet op en een tas aan zijn fiets. Hij gebruikte de naam Henk Kamphuis. Een koffer had hij niet bij zich, omdat dat teveel zou opvallen.
Tijdens zijn verblijf fietste Joop dagelijks naar een boer om melk te halen. Die boer vertelde later dat hij wel vermoed had dat er Joodse onderduikers in het huis zaten, omdat er zoveel melk nodig was.
Het huis bleef beschikbaar tot 1 juni 1943. Daarna kwam de eigenaar terug om er vakantie te vieren en moesten de onderduikers vertrekken. Daardoor ontstond het probleem waar de ongeveer tien onderduikers naartoe moesten.
Bron: Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940–1945 — Bart Mendelson & Peter Kooij, p. 24–26.
Noot: Veel bronnen schrijven over Duiveland of Duivenland. Het moet echter Duyveland zijn.

