Meijer Mozes Krukziener (Cutzien)
Familie - Verhaal - Foto's - Verkaufsbuch - Bronnen
- Oldenzaal,
-Ondergedoken,Oorlog overleefd-
,
Meijer Mozes werd 69 jaar
Familie
Gehuwd met: Jane Krukziener-de Groot
Verhaal
Meijer Mozes Krukziener (oorspronkelijk Cutzien) werd op 21 oktober 1897 geboren in Oldenzaal. Hij was een zoon van Mozes Aron Cutzien en Roosje Zwarenstein. Hij had twee broers, Alexander en Salomon. De familie gebruikte de naam Krukziener naast de oorspronkelijke familienaam Cutzien.
Na de verhuizing van het gezin naar Zutphen in 1910 raakte Meijer betrokken bij de pettenfabriek die zijn vader daar had gevestigd. Na diens overlijden in 1930 zetten Meijer, Alexander en Salomon het bedrijf voort. De fabriek aan de Beekstraat groeide uit tot een van de grotere pettenfabrieken van Nederland. hilversum.nl
In 1919 was Meijer al betrokken bij de onderneming van zijn vader. Een notariële akte van 30 januari van dat jaar vermeldt de ontbinding van de vennootschap tussen Mozes Aron Cutzien, Meijer Cutzien en de firma A.M. Krukziener. Later werd Meijer samen met zijn broers mede-eigenaar van de fabriek. Hij hield zich onder meer bezig met de verkoop en reisde daarvoor door Nederland. Hij was ook actief binnen de Joodse gemeente van Zutphen en maakte deel uit van de kerkenraad en de begrafenisvereniging.
Op 15 augustus 1922 trouwde Meijer in Den Haag met Elisabeth (Bep) de Wind, geboren op 19 april 1897 in Rotterdam. Het echtpaar kreeg drie zonen: Michel Louis (1923), Leo Alexander (1925) en Abraham (1926). Het gezin woonde aan de Martinetsingel 17 in Zutphen.
In augustus 1942 doken Meijer, Elisabeth en hun drie zonen onder bij de familie Van der Vegte aan de Oudewand 94 in Zutphen. Daar verbleven ook zijn broer Alexander met zijn gezin en Sophia (Fiet) Noach. In totaal waren er tien Joodse onderduikers in het huis. De onderduikers leefden gedurende ongeveer tweeënhalf jaar in beperkte ruimtes en moesten hun aanwezigheid verborgen houden.
Op 30 april 1943 overleed Elisabeth tijdens de onderduik. Haar overlijden werd verborgen gehouden. Volgens de historische beschrijving van de pettenfabriek bracht de familie Van der Vegte haar lichaam 's nachts naar de Berkel. De volgende dag werd haar lichaam gevonden. De arts registreerde verdrinking door zelfmoord als doodsoorzaak. Zij werd begraven op de Joodse begraafplaats in Zutphen.
Meijer en zijn drie zonen overleefden de oorlog. Na de bevrijding nam Meijer samen met zijn zoon Michel de leiding over de pettenfabriek aan de Beekstraat weer op zich. De samenwerking met zijn broer Alexander werd beëindigd; de onderneming werd opgesplitst. Alexander begon een eigen fabriek onder de naam AMKA.
In 1956 emigreerde Meijer naar Nieuw-Zeeland. Hij overleed op 23 maart 1967 in Auckland, 69 jaar oud.
Meijer Mozes Cutzien, die ook de naam Krukziener gebruikte, werd op 21 oktober 1897 geboren in Oldenzaal. Hij was een zoon van Mozes Aron Cutzien en Roosje Zwarenstein. Hij had twee broers, Alexander en Salomon. De familie gebruikte de naam Krukziener naast de oorspronkelijke familienaam Cutzien.
In 1910 verhuisde het gezin naar Zutphen. Zijn vader had daar aan de Beekstraat een pettenfabriek gevestigd. In 1919 was Meijer al betrokken bij de onderneming. Een notariële akte van 30 januari 1919 vermeldt de ontbinding van de vennootschap tussen Mozes Aron Cutzien, Meijer Cutzien en de firma A.M. Krukziener. Na het overlijden van zijn vader in 1930 zetten Meijer, Alexander en Salomon het bedrijf voort.
Meijer hield zich onder meer bezig met de verkoop en reisde daarvoor door Nederland. Hij was ook actief binnen de Joodse gemeente van Zutphen en maakte deel uit van de kerkenraad en de begrafenisvereniging.
Op 15 augustus 1922 trouwde Meijer in Den Haag met Elisabeth (Bep) de Wind, geboren op 19 april 1897 in Rotterdam. Het echtpaar kreeg drie zonen: Michel Louis (1923), Leo Alexander (1925) en Abraham (1926). Het gezin woonde aan de Martinetsingel 17 in Zutphen.
In augustus 1942 doken Meijer, Elisabeth en hun drie zonen onder bij de familie Van der Vegte aan de Oudewand 94 in Zutphen. Daar verbleven ook zijn broer Alexander met zijn gezin en Sophia (Fiet) Noach. In totaal waren er tien Joodse onderduikers in het huis. De onderduikers leefden gedurende ongeveer tweeënhalf jaar in beperkte ruimtes en moesten hun aanwezigheid verborgen houden.
Op 30 april 1943 overleed Elisabeth tijdens de onderduik. Haar overlijden werd verborgen gehouden. Volgens de historische beschrijving van de pettenfabriek bracht de familie Van der Vegte haar lichaam 's nachts naar de Berkel. De volgende dag werd haar lichaam gevonden. De arts registreerde verdrinking door zelfmoord als doodsoorzaak. Zij werd begraven op de Joodse begraafplaats in Zutphen.
Meijer en zijn drie zonen overleefden de oorlog. Na de bevrijding nam Meijer samen met zijn zoon Michel de leiding over de pettenfabriek aan de Beekstraat weer op zich. De samenwerking met zijn broer Alexander werd beëindigd; de onderneming werd opgesplitst. Alexander begon een eigen fabriek onder de naam AMKA.
In 1956 emigreerde Meijer naar Nieuw-Zeeland. Hij overleed op 23 maart 1967 in Auckland, 69 jaar oud.
Bronnen
- Kijk op Zutphen, Pettenfabriek Krukziener. Historisch overzicht van het familiebedrijf, de rol van Meijer, de onderduik van het gezin, het overlijden van Elisabeth, de naoorlogse voortzetting van de fabriek en Meijers emigratie.
- Gemeente Hilversum, Herdenkingsroute Kernplan Hilversum. Bevat aanvullende gegevens over Meijers geboorte, ouders, broers, de familiegeschiedenis en de overname van de pettenfabriek.
- Regionaal Archief Zutphen via Open Archieven, Notariële akte van 30 januari 1919. Vermeldt Meijer Cutzien en de firma A.M. Krukziener.
- FamilySearch, Meijer Mozes Cutzien (1897–1967). Genealogische registratie met geboorte, huwelijk, ouders en kinderen.
- Bart Mendelson en Peter Kooij, Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940–1945, Zutphen, 2014, hoofdstuk over de onderduik aan de Oudewand. Beschrijft de gezamenlijke onderduik van de families Krukziener en Noach. De precieze paginaverwijzing moet nog aan de boekuitgave worden gecontroleerd.
Bronkritische opmerkingen
De beschrijving van het overlijden van Elisabeth is afkomstig uit het historische artikel over de pettenfabriek en wordt daar toegeschreven aan familieherinneringen. De precieze medische omstandigheden van haar overlijden zijn niet onafhankelijk vastgesteld. De datum 30 april 1943 wordt in de geraadpleegde historische gegevens vermeld.
De geboorte- en overlijdensgegevens van Meijer worden ondersteund door genealogische registraties. Voor een definitieve biografische bronverantwoording zijn de burgerlijke-standakten nog wenselijk.
Foto's