Jozeph (Joop) Vomberg
Familie - Verhaal - Foto's - Verkaufsbuch - Bronnen
Ondergedoken: Huis Duyveland op de Tongerense heide bij Epe
Ondergedoken: Familie van Essen, Wachtelenberg, Epe
Ondergedoken: Larikshof, Lariksweg 12, Epe
- Zutphen,
-Ondergedoken,Deportatie overleefd, Oorlog overleefd-
,
Jozeph werd 89 jaar
Familie
Verhaal
Joop Vomberg (1923–2013), officieel Jozeph Vomberg, werd geboren in Zutphen. Zijn ouders hadden aan de Nieuwstad een winkel in confectie en beddengoed. Na de oorlog emigreerde hij naar Canada, waar hij een nieuw bestaan opbouwde. Tijdens een groot deel van de oorlog zat hij ondergedoken in Epe. Tegen het einde van de oorlog kwam hij terecht in Westerbork.
De ouders van Joop waren zich in de jaren dertig al bewust van de ontwikkelingen in Duitsland. Zij overwogen te emigreren naar Amerika of Zuid-Afrika, maar zagen daarvan af omdat zij hun ouders niet wilden achterlaten en omdat zij dachten dat zulke gebeurtenissen in Nederland niet mogelijk zouden zijn.
Toen de Jodenvervolging begon, werden aanvankelijk vooral mannen opgepakt, meestal ’s nachts. Daarom sliepen Joop en zijn vader geregeld bij een bevriend niet-Joods gezin, de familie Jansen. Op een nacht werd er bij de familie Vomberg naar de mannen gezocht door een plaatselijke politieagent. Hij maakte bij binnenkomst en vertrek veel lawaai omdat zijn meerdere erbij stond, maar binnen gedroeg hij zich rustiger. Omdat Joop en zijn vader niet thuis waren, gebeurde er niets. Kort daarna werd duidelijk dat Joop moest onderduiken.
Op 12 augustus 1942 waarschuwde een plaatselijke politieagent Joop dat hij opgepakt zou worden. Hij had zijn spullen al klaarstaan en fietste direct naar huisschilder Kamphuis, een vriend van de familie. Deze gaf hem het persoonsbewijs van zijn zoon Henk. Vanaf dat moment gebruikte Joop de naam Henk Kamphuis.
Joop vertrok eerst naar een boerderij in Hellendoorn, maar daar was het niet veilig. Daarna keerde hij terug naar Zutphen en dook onder bij advocaat Dijkstra aan de Jacob Damsingel. Daar verwisselde hij de foto op het persoonsbewijs van Henk Kamphuis voor zijn eigen foto.
Via Dirk Hendriks, een gepensioneerd schoolhoofd uit Epe en medeoprichter van een groep die tientallen Joden hielp, kreeg Joop een nieuw onderduikadres.
Els Hendriks vertelde later hoe Joop bij hen terechtkwam. Haar broer werkte in Zutphen en woonde doordeweeks bij bakker Kuiper aan de Nieuwstad, op de hoek van de Halterstraat. Daardoor kende de familie Hendriks bakker Kuiper en ook de familie Vomberg, die vlakbij een manufacturenzaak had. Het gezin bestond uit vader, moeder en de kinderen Meta, Joop en Esther.
Joop werkte in het begin van de oorlog bij een boer, maar dat werd te gevaarlijk. Daarna zat hij ondergedoken bij advocaat Dijkstra aan de Jacob Damsingel, maar ook dat werd riskant omdat Dijkstra actief was in het verzet.
De ouders van Joop ontmoetten op straat mensen uit Harfsen. Toen zij vertelden dat Joop moest verdwijnen en zijn eigen persoonsbewijs niet meer kon gebruiken, gaf hun zoon Henk zijn persoonsbewijs aan Joop. Zo werd Joop voortaan Henk Kamphuis genoemd.
Bakker Kuiper fietste vervolgens naar Epe met de vraag of er onderdak geregeld kon worden voor een Joodse jongen. Een paar dagen later kwam Joop zelf op de fiets aan, met een geruite pet en een tas aan zijn fiets. Een koffer zou teveel opvallen. Hij stelde zich voor als Henk Kamphuis.
Vader Hendriks bracht hem naar een huis aan de rand van een groot heideveld, ongeveer tien kilometer buiten Epe. Het huis heette “Duyveland”. Daar verbleven al ongeveer tien onderduikers. Het huis was gehuurd van een bankiersfamilie tot 1 juni 1943. Daarna kwam de familie zelf terug om vakantie te vieren. Omdat men dacht dat de oorlog niet lang meer zou duren, leverde dat op dat moment geen problemen op.
Joop had het daar naar omstandigheden goed. Iedere dag fietste hij naar een boer om melk te halen. Veel later vertelde die boer dat hij al vermoed had dat er Joodse onderduikers in het huis zaten, omdat er zoveel melk nodig was. Toen “Duyveland” verlaten moest worden, ontstond het probleem waar de tien onderduikers heen moesten. Joop verbleef daarna een tijd in een huis bij Wapenveld.
Later vertelde Henk Rouwenhorst, kleinzoon van Jan Willem Heijenk uit Eefde, dat zijn grootouders tijdens de oorlog onderduikers verborgen hielden, onder wie de families Neterson en Vomberg. Zij hielden dit zelfs geheim voor de buren. Op de zaadzolder in het voorhuis zat een deurtje dat toegang gaf tot een schuilplaats op de hooizolder boven de deel. Het deurtje was verborgen achter zakken zaad en het schuilhok lag volledig onder het hooi. Het werd nooit ontdekt.
Tegen het einde van de oorlog kwam Joop in Westerbork terecht. Ot Wagenaar fietste met een transportfiets naar Westerbork om spullen voor de gevangenen af te leveren. Zij meldde zich bij commandant Gemmeker en vroeg wat er met de mensen zou gebeuren. Gemmeker maakte daarop een snijgebaar langs zijn keel. Daarna werd zij weggestuurd en raakte zij haar fiets en de spullen kwijt. Joop en de andere mannen hebben deze spullen nooit ontvangen.
Toen de Canadezen op 12 april Westerbork bereikten, waren de Duitsers verdwenen. Er werd niet gevochten. De gevangenen waren vrij, maar konden nog niet vertrekken omdat in de omgeving nog Duitse militairen verborgen zaten.
Vanuit Westerbork ging Joop op zoek naar zijn zus Esther, die in Stadskanaal zat ondergedoken. Hij vond haar terug. Op 19 mei werden de mannen met een Amerikaanse wagen naar Epe gebracht. Alleen Joop werd apart naar Zutphen vervoerd, waar zijn ouders inmiddels waren aangekomen. Zij hadden ondergedoken gezeten in Harfsen. Ook zijn oudste zus Meta was aanwezig; zij had ondergedoken gezeten in De Hoven in Zutphen. Later kwam Esther erbij en was het gezin weer compleet.
Dat het hele gezin de oorlog had overleefd werd als een wonder gezien. Vader Vomberg had wel ernstige gezondheidsproblemen overgehouden aan de oorlog. Hij had pleuritis gekregen nadat hij tijdens een schuilactie in een sloot had gelegen.
Na de oorlog bouwde Joop samen met zijn moeder de winkel weer op. Later werd de zaak overgenomen door “De Duif”. In 1953 emigreerde Joop met zijn vrouw Bep en hun kinderen naar Canada.
---
**Bron:** *Dat doe je gewoon. Zutphense onderduikverhalen 1940–1945* — Bart Mendelson & Peter Kooij, p. 16–22.
Noot: veel bronnen spreken over Duiveland. Het moet echter Duyveland zijn.
Foto's
